Fragment uit eigen werk

Brandnetels zijn ruderaal. Ruderale planten koloniseren als eerste een gebied dat verstoord is. Die verstoring komt door de sporen die wij als mensen achterlaten. We graven in de bodem, storten er ons afval, vervuilen de grond tot enkel ruigtesoorten er kunnen groeien. Wat achterblijft is grond waar het gebruikelijk beheer is weggevallen. Ruigtesoorten domineren, nemen over wanneer de mens verdwijnt.

 

de komst van Brandnetel

 

Belangrijk om te weten, is dat ik Brandnetel niet mee naar huis nam. Hij kwam zelf naar mij toe, zei: ‘Ik kom hier wonen.’ De eerste nacht sliep hij op de bank. Daarna betrok hij de studeerkamer.

 

achtendertig dagen na de komst van Brandnetel

 

Ik lig al de hele nacht tegen Brandnetel aan. Omdat Brandnetel bij mij vruchtbare grond vindt, hoop ik door hem aan te raken zelf ook te willen groeien. Met mijn vinger volg ik de nerven in zijn bladeren. Ik dwing mezelf de nerven door te trekken naar mijn eigen lichaam. Ik laat mijn vingertop langs mijn oorschelp glijden. 

‘Mijn oor is er nog,’ zeg ik tegen mezelf. 

Ik ga verder naar mijn jukbeen, langs mijn neusbrug, neustopje, filtrum. 

‘Ik ben een oor en een neus.’

Ik trek mijn hand weg bij mijn gezicht en ik denk aan de theorie dat wanneer een boom ongezien omvalt het geluid van zijn val niet bestaat. Ik stop mijn lichaam te zien, te voelen. Oor, neus, meer niet.

 

negenendertig dagen na de komst van Brandnetel

 

Wat we niet samendoen is eten en huilen.